Spring naar content

Reisverslag van Kristy van Lammeren

Fa joe kan takk mi no moi?

We wachten op de bootsmannen die ons met de korjaal naar het vliegveld gaan brengen. Ik geniet nog even van de prachtige rivier. Gelukkig is er water genoeg in Suriname. De bevolking maakt er dan ook dankbaar gebruik van: ze zoeken verkoeling in het water, wassen hun kleren, vangen vis om op te eten en laten zich door de rivier bewegen naar andere plekken in het oerwoud
Nog regelmatig schieten deze woorden me te binnen. Ze zijn van een Surinaams kinderliedje dat ik tijdens een wandeltocht bij Fort Amsterdam leerde van de reisleider. “Hoe kun je mij nou niet mooi vinden” luiden de woorden. Ze zijn tekenend voor Suriname. Ondanks de vergane glorie (slecht onderhouden huizen en ruines van ooit grote en belangrijke fabrieken) is het een oogverblindend en kleurrijk land door haar prachtige natuur en de opgewekte inwoners. In maart 2008 kreeg ik de kans om de Surinaamse cultuur en natuur te ervaren met SNP natuurreizen. 18 dagen lang trok ik met een groep door de Surinaamse binnenlanden.

De Surinaamse jungle

Met dit vliegtuigje kan Fungu eiland (dat midden in de Surinaamse jungle ligt) worden bereikt
“Ik kijk door het raampje van het vliegtuig. Zoals door velen beschreven is, lijkt de Amazone vanuit de lucht bedekt met talloze stronken brocolli. Ik realiseer me dat ik daar straks de komende weken zal doorbrengen: in de jungle.”

De eerste stappen in de jungle zijn niet zomaar gezet. We maken tijdens onze trektocht gebruik van de natuurlijke wegen, de rivieren. In een ‘korjaal’ gemaakt uit een boomstam varen we gedurende de reis over het Brokopondo meer, de Suriname rivier en de Coppenamerivier. Op deze manier bezoeken we zeer bijzondere plekken. Dorpelingen staan ons toe in hun bestaan, maar ook het oerwoud laat zich op verschillende plekken betreden.

Verademing

Jungletocht in Suriname: regenkleding omdat ieder moment van de dag kan er een tropische regenbui vallen.
“Het oerwoud is een verademing. Het ontgaat me geheel dat ik drijfnat ben van het zweet en mijn mooie afritsbroek onder de rode modder zit. Ik heb alleen maar oog voor de natuur. Overal waar ik kijk is het groen. Torenhoge bomen, de een nog sierlijker dan de ander, rijken naar de hemel. Schitterende rode en paarse bloemen duiken op tussen het lage groengewas. Nergens is het stil. Ik hoor de wind door de bladerdekken gaan en de druppels vallen van het ene blad op het andere. Ik hoor het gezang van de bospolitie, het gekrijs van de ara’s en het sierlijke gebrul van de kleine kikkers. Het meest indrukwekkende geluid is die van de cicade. Als deze geluid maakt, lijkt het wel alsof het halve oerwoud met kettingzagen wordt neergehaald. Ook ruik ik de apen, maar te zien krijg ik ze niet.”
Ik zie ik zie wat jij niet ziet en de kleur is groen...
Het oerwoud is een prachtige plek om verstoppertje te spelen. Je hoort de dieren wel, maar je ziet ze niet. Tijdens de reis turen we uren door onze verrekijker met de hoop op een dier in het vizier. De welbegeerde jaguar laat zich niet zien, maar wel veel schitterende insekten, vogels en allerlei apensoorten. Het is maar goed dat dieren vrijwel onvindbaar zijn, want er wordt wel gejaagd in deze gebieden. Gelukkig zijn er organisaties als het WNF actief om dit binnen de perken te houden. Het WNF doet nog meer. Op verschillende toeristische plekken duikt het ‘pandabeertje’ op. Ze zorgen dat deze mooie plekken kunnen blijven bestaan. Het WNF vertelt de bevolking bijvoorbeeld hoe je zorgvuldig met de natuur kunt omgaan. Dat weerhoudt de mensen er overigens niet van om bomen op willekeurige plekken in het oerwoud te kappen voor hun boten en huizen.

Fungu eiland

De Voltzberg duikt zomaar op tussen de hoge bomen. Het uitzicht vanaf de top is schitterend!
Het mooiste aan de reis is de driedaagse trekking aan het einde. Met een klein vliegtuigje vliegen we over de jungle richting het oosten en landen daar op Fungu eiland. Daar worden we met een korjaal naar het beginpunt van onze trekking gebracht. Bepakt en bezakt lopen we door moerassen en over watertjes richting Voltzberg en de Van Stockhum.

“Het spant erom of we de van Stockhum opkunnen. Het regent namelijk flink en dat maakt de berg onbegaanbaar. Gelukkig klaart het op! Het is een steile tocht. Op sommige punten maakt de reisleider een liaan vast om als klimtouw te gebruiken. Ik voel me net Jane. Het uitzicht is schitterend. De Voltzberg die we gister beklommen stelt vanaf hier niks voor...Nog rijker voel ik me als ik in mijn hangmatje tussen twee bomen op het plateau lig. Overal om me heen is jungle. Het geritsel van hagedisjes sussen me in slaap. Als de brulapen me wekken, besef ik dat het geen droom is. Fa joe kann takk me no moi?”