Statuten van het WNF
Hieronder vindt u de geldende statuten van Stichting Het Wereld Natuur Fonds Nederland.
NAAM EN ZETEL VAN DE STICHTING
Artikel 1
1. De stichting draagt de naam:
STICHTING HET WERELD NATUUR FONDS-NEDERLAND.
2. Zij is gevestigd te Zeist.
VERHOUDING TOT WWF-WORLD WIDE FUND FOR NATURE
Artikel 2
1. De Stichting maakt, als nationale organisatie voor het Koninkrijk der Nederlanden, deel uit van een internationaal netwerk ("WWF Network") dat mede wordt gevormd door overeenkomstige nationale organisaties van andere landen en het WWF-World Wide Fund for Nature, gevestigd te Gland (Zwitserland) (hierna te noemen: "WWF International").
2. De Stichting is met WWF International een overeenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan ter vaststelling van de wederzijdse rechten en verplichtingen. Onderdeel van die overeenkomst is de regeling van de verplichting van WWF International tot het periodiek opstellen van een bestedingsplan, als voorwaarde voor het door de Stichting overdragen van middelen aan WWF International, en tot het afleggen van verantwoording over de besteding van die middelen.
3. Periodiek, maar ten minste één keer in de vijf jaar, wordt nagegaan of er reden is om de in het tweede lid bedoelde overeenkomst te herzien.
DOEL
Artikel 3
1. De Stichting stelt zich ten doel het bevorderen van natuurbehoud en natuurontwikkeling.
2. De Stichting tracht haar doel te bereiken door het bijeenbrengen van gelden en door het verrichten van alle overige handelingen die voor haar doelstelling dienstig zijn, waaronder voorlichting en educatie.
3. De Stichting heeft geen winstoogmerk.
SAMENSTELLING MIDDELEN
Artikel 4
1. De middelen van de Stichting bestaan uit:
a. het Stichtingskapitaal;
b. donaties;
c. giften, erfstellingen en legaten;
d. inkomsten uit loterijen;
e. inkomsten uit sponsoring en het verlenen van licenties;
f. inkomsten uit artikelenverkoop;
g. inkomsten uit beleggingen;
h. subsidies;
i. alle andere wettige middelen.
2. Nalatenschappen moeten aanvaard worden onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
BELEIDSPLAN, FINANCIËLE PLANNEN
Artikel 5
1. Het bestuur stelt periodiek, maar ten minste één keer in de drie jaar, een meerjarenbeleidplan en een meerjaren financieel kader vast inzake de wijze waarop zij zich voorneemt het doel van de Stichting te realiseren.
2. Het bestuur stelt jaarlijks, met inachtneming van het meerjarenbeleidplan en meerjaren financieel kader, uiterlijk een maand voor het einde van het betreffende boekjaar, de begroting voor het komende boekjaar vast en het daarmee verbonden uitvoeringsplan en de voor dat plan beschikbaar te stellen middelen.
Zij bepaalt in dat kader de middelen die de Stichting zal aanwenden voor doelen in het buitenland en Nederland, de middelen ten behoeve van het functioneren van de Stichting, met inbegrip van de exploitatie van haar bureau, en de reserves en de voorzieningen.
FONDSEN
Artikel 6
Het bestuur kan fondsen vormen ter financiering van projecten met een looptijd die langer is dan één jaar.
PUBLICATIE VERANTWOORDING MIDDELEN
Artikel 7
Onverminderd het bepaalde in artikel 18 van deze statuten, legt het bestuur openbare verantwoording af over de besteding van de middelen van de Stichting ten minste op de wijze als aangegeven in het huishoudelijk reglement.
BESCHERMHEER, BESCHERMVROUWE
Artikel 8
1. De Raad van Toezicht kan een beschermheer of beschermvrouwe benoemen.
ORGANEN
Artikel 9
1. De Stichting kent twee organen: het bestuur en de Raad van Toezicht.
2. De Stichting wordt bestuurd door het bestuur, zulks onder toezicht van de Raad van Toezicht.
SAMENSTELLING, BENOEMING EN ONTSLAG BESTUUR
Artikel 10
1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal van ten minste twee statutair directeuren, bestuursleden genaamd.
2. Ieder bestuurslid heeft één stem.
3. De bestuursleden worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Raad van Toezicht. De bestuursleden treden in die hoedanigheid periodiek af. Zij zijn onmiddellijk herbenoembaar. Benoemingen en eventuele herbenoemingen geschieden voor een periode van telkens maximaal vijf jaar. Benoembaar tot bestuurslid zijn natuurlijke personen zonder bloed- of aanverwantschap of partnerschap onderling. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien.
4. De bestuursleden mogen niet zijn bestuurder, oprichter,
aandeelhouder, toezichthouder, of werknemer van een entiteit waarmee de
Stichting op structurele wijze op geld waardeerbare rechtshandelingen
verricht.
5. In afwijking van lid 4 mag ten hoogste een derde van het aantal
bestuursleden van de Stichting bestaan uit bestuurders, oprichters,
aandeelhouders, toezichthouders of werknemers van een entiteit of
daaraan statutair direct of indirect verbonden entiteit waaraan de
Stichting conform haar statutaire doelstelling de door haar ingezamelde
gelden middellijk of onmiddellijk geheel of gedeeltelijk afstaat.
Deze bestuursleden mogen de Stichting niet in en buiten rechte
vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 12.
6 Het bepaalde in lid 4 en de in lid 5 opgenomen beperking van een
derde geldt niet:
a) indien ten aanzien van de Stichting en de bedoelde entiteit sprake
is van consolidatie, zoals bedoeld in de Richtlijn Verslaggeving
Fondsenwervende Instellingen.
b) Indien het bestuurslid is benoemd tot bestuurslid of toezichthouder van
de ontvangende entiteit als bedoeld in lid 5 van dit artikel door of met
instemming van de Raad van Toezicht van de Stichting.
7. Ook indien het aantal bestuursleden beneden twee is gedaald, blijft het bestuur een bevoegd orgaan vormen.
8. Het bestuur kent een voorzitter. Het bestuur stelt bij huishoudelijk reglement, ter bepaling van onder meer de functies van de leden van het bestuur, een portefeuilleverdeling vast.
9. Een bestuurslid defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
c. door zijn aftreden;
d. door ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht;
e. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN BESTUUR
Artikel 11
1. Het bestuur is bevoegd, onder uitdrukkelijke voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt, onverminderd het bepaalde in lid 4.
2. Aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht zijn verder onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent:
a. het vaststellen van de jaarrekening en het jaarverslag;
b. het vaststellen en wijzigen van het meerjarenbeleidplan alsmede meerjaren financieel kader als bedoeld in artikel 5 lid 1;
c. het vaststellen van de begroting voor het komende boekjaar en het daarmee verbonden uitvoeringsplan en de voor dat plan beschikbaar te stellen middelen,
een en ander zoals bepaald in artikel 5 lid 2, alsmede van substantiële afwijkingen daarvan;
d. het wijzigen van bankrelaties en vermogensbeheerder relaties van de Stichting en het ter leen verstrekken van gelden, waaronder niet is begrepen het doen van opnamen ten laste van een aan de Stichting verleend krediet dat door de Raad van Toezicht is goedgekeurd;
e. aanmerkelijke uitgaven of investeringen die niet of niet volledig in de begroting zijn opgenomen en een jaarlijks door de Raad van Toezicht te bepalen,
bedrag te boven gaan, dan wel een door de Raad van Toezicht te bepalen
onderwerp betreffen;
f. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de Stichting een bankkrediet
wordt verleend en het, anders dan ter gebruikmaking van een met
goedkeuring van de Raad van Toezicht verkregen bankkrediet, ter leen
opnemen van gelden, één en ander indien het bedrag van het krediet of van de lening de door de Raad van Toezicht jaarlijks vast te stellen limiet overschrijdt;
g. het toekennen, wijzigen of intrekken van een procuratie;
h. beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal
werknemers van de Stichting, tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
i. het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking, indien die van strategisch grote betekenis is voor de Stichting of het aangaan of vervreemden van een deelneming van een aanzienlijke omvang en/of strategisch grote betekenis voor de Stichting;
j. het aangaan van een juridische fusie of splitsing;
k. aanvraag van faillissement van de Stichting of surséance van betaling voor de Stichting;
l. wijziging van de statuten;
m. ontbinding van de Stichting en bestemming van het liquidatiesaldo;
n. het vaststellen of wijzigen van het huishoudelijk reglement;
o. het benoemen en het ontslaan van de accountant van de Stichting.
3. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan die in lid 1 en lid 2 zijn genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en vooraf schriftelijk aan het bestuur te zijn medegedeeld.
4. In uitzondering op het bepaalde in lid 1 en lid 2 is het bestuur bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot vervreemding van registergoederen welke door de Stichting zijn verkregen krachtens erfrecht of legaat.
5. Het ontbreken van de goedkeuring van de Raad van Toezicht op besluiten als bedoeld in lid 1 tot en met 3 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur niet aan.
VERTEGENWOORDIGING
Artikel 12
1. De Stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuursleden. Indien het bestuur bestaat uit twee bestuursleden en ten aanzien van een van die bestuursleden sprake is van een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 17 van deze statuten, kan het andere bestuurslid de Stichting zelfstandig vertegenwoordigen.
Het bestuur is tevens bevoegd bij schriftelijke volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid te verlenen en in te trekken.
Deze volmacht kan zowel aan één persoon als aan twee gezamenlijk handelende personen worden verleend.
2. Het bestuur stelt een bevoegdhedenregeling vast, waarin is vastgelegd welke algemene of bijzondere vertegenwoordigingsbevoegdheid is verleend aan met functie aangeduide medewerkers van de Stichting. De bevoegdhedenregeling is een onderdeel van het huishoudelijk reglement.
3. Bij belet of ontstentenis van alle leden van het bestuur wordt het bestuur waargenomen door de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht is bevoegd een of meer personen, al dan niet uit zijn midden, daartoe aan te wijzen.
BESTUURSVERGADERINGEN
Artikel 13
1. Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit wenselijk acht of een ander lid daartoe het verzoek doet.
2. Een bestuurslid kan zich bij schriftelijke volmacht in een bestuursvergadering door een medebestuurslid doen vertegenwoordigen, indien het bestuur uit ten minste drie bestuursleden bestaat. Een bestuurslid kan ten hoogste voor een andere bestuurder als gevolmachtigde optreden.
3. Het bestuur kan, volgens een bij huishoudelijk reglement te bepalen procedure, met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt een relaas opgemaakt, dat door de voorzitter wordt ondertekend en als notulen wordt bewaard.
4. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
SAMENSTELLING, BENOEMING EN BEËINDIGING LIDMAATSCHAP RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 14
1. De Raad van Toezicht bestaat uit ten minste vijf natuurlijke personen.
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd en ontslagen door de Raad van Toezicht. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien.
Het bestuur wordt ten aanzien van een voorgenomen benoeming gehoord.
2. Bij de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht wordt rekening gehouden met de in relatie tot de doelstelling van de Stichting gewenste spreiding van kennis, ervaring en achtergrond.
3. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een termijn van maximaal vijf jaren. Zij kunnen na verloop van deze termijn eenmaal voor een termijn van maximaal 5 jaar worden herbenoemd.
4. Binnen de Raad van Toezicht en tussen de leden van de Raad van Toezicht en de bestuursleden mag geen sprake zijn van bloed- of aanverwantschap of partnerschap.
5. De leden van de Raad van Toezicht mogen niet zijn bestuurslid of werknemer van de Stichting. De leden van de Raad van Toezicht mogen voorts niet zijn bestuurder, oprichter, aandeelhouder, toezichthouder, of werknemer van een entiteit waarmee de Stichting op structurele wijze op geld waardeerbare rechtshandelingen verricht. Met een entiteit zoals bedoeld in dit lid wordt gelijkgesteld een rechtspersoon of entiteit die statutair – direct of indirect – met de Stichting is verbonden.
6. In afwijking van lid 5 mag ten hoogste een derde van het aantal leden van de Raad van Toezicht bestaan uit bestuurders, oprichters, aandeelhouders, toezichthouders of werknemers van een entiteit of daaraan statutair direct of indirect verbonden entiteit waaraan de Stichting conform haar statutaire doelstelling de door haar ingezamelde gelden middellijk of onmiddellijk afstaat.
7. Het bepaalde in lid 5 en de in lid 6 opgenomen beperking van een derde geldt niet indien ten aanzien van de Stichting en de bedoelde entiteit sprake is van consolidatie zoals bedoeld in de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen.
8. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter.
9. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen geen bezoldiging, middellijk noch onmiddellijk.
10. Een redelijke vergoeding voor de door Leden van de Raad ten behoeve van de Stichting gemaakte kosten en door hen verrichte uitvoerende werkzaamheden (niet in hoedanigheid als toezichthouder) wordt toegestaan alsmede niet bovenmatige vacatiegelden. Deze vergoedingen worden in de jaarrekening zichtbaar gemaakt en nader toegelicht.
11 De Raad van Toezicht stelt een rooster van aftreden op, dat zodanig is ingericht dat jaarlijks niet meer dan één/derde van de leden aftreedt.
12 Een lid dat ter voorziening in een tussentijdse vacature is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop zijn voorganger had moeten aftreden.
13 Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt:
a. door overlijden;
b. door schriftelijk bedanken van het lid;
c. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
d. door zijn ontslag hem unaniem verleend door de overige leden van de Raad van Toezicht, indien naar hun oordeel het betrokken lid van de Raad van Toezicht heeft gehandeld in strijd met de belangen van de Stichting;
e. bij het aftreden volgens lid 3 zonder herbenoeming.
14 Een besluit als bedoeld in lid 13 sub d kan door de Raad van Toezicht alleen worden genomen in het geval:
- de Raad van Toezicht uit zes of minder leden bestaat met unanimiteit van stemmen met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is;
- de Raad van Toezicht uit zeven of meer leden bestaat met niet meer dan twee stemmen tegen met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is,
in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin alle leden van de Raad van Toezicht, met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is, aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
15 Het lid, waarvan het lidmaatschap van de Raad van Toezicht een einde heeft genomen, kan op verzoek van de Raad van Toezicht, voor maximaal een jaar in functie blijven tot in zijn opvolging is voorzien.
16 Ook indien het aantal leden van de Raad van Toezicht beneden vijf is gedaald, blijft de Raad van Toezicht een bevoegd orgaan vormen.
TAKEN RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 15
1. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde heeft de Raad van Toezicht tot taak:
a. toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting, en de daarmee verbonden organisatie;
b. het verstrekken van adviezen aan het bestuur.
2. Het bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie en voorts aan ieder lid van de Raad van Toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen.
3. Alle secretariële werkzaamheden ten behoeve van de Raad van Toezicht worden door of namens het bestuur verzorgd.
4. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een lid dat in het bijzonder belast is met het toezicht op de financiën van de Stichting.
VERGADERINGEN RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 16
1. De Raad van Toezicht vergadert ten minste vier maal per jaar.
2. Voorts wordt een vergadering gehouden wanneer de voorzitter dit nodig acht of twee andere leden van de Raad van Toezicht dan wel het bestuur daartoe het verzoek doen.
3. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, de vice-voorzitter.
4. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
5. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich bij schriftelijke volmacht in een vergadering van de Raad van Toezicht door een ander lid van de Raad van Toezicht doen vertegenwoordigen. Een lid van de Raad van Toezicht kan ten hoogste één volmacht waarnemen. Voor het nemen van besluiten is vereist dat meer dan de helft van het aantal leden van de Raad van Toezicht in persoon ter vergadering aanwezig is. Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft één stem.
6. De Raad van Toezicht kan, volgens een bij huishoudelijk reglement te bepalen procedure, met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt een relaas opgemaakt, dat door de voorzitter wordt ondertekend en als notulen wordt bewaard.
7. De leden van het bestuur nemen deel aan de vergadering van de Raad van Toezicht, tenzij de Raad van Toezicht anders besluit. Aan de leden van het bestuur komt geen stemrecht toe.
BELANGENVERSTRENGELING BESTUUR EN RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 17
1. Het bestuur en de Raad van Toezicht waken tegen een verstrengeling van belangen tussen de Stichting en bestuursleden en/of haar medewerkers en/of leden van de Raad van Toezicht.
2. Iedere bestuurslid en ieder lid van de Raad van Toezicht legt jaarlijks, binnen de termijn als bedoeld in artikel 18 lid 3, een schriftelijke verklaring aan de Raad van Toezicht over waarin hij laat weten of al dan niet sprake is van een verstrengeling van belangen tussen hem of haar en de Stichting.
In het geval dat zich een verstrengeling van belangen voordoet ten aanzien van een bestuurslid of een lid van de Raad van Toezicht, dient het desbetreffende lid dit te melden aan het bestuur of de Raad van Toezicht waarin hij of zij zitting heeft. Het desbetreffende lid dient zich voorts van de beraadslaging en besluitvorming ter zake te onthouden. De aanwezigheid van het desbetreffende lid telt niet mee ter bepaling of het vereiste quorum voor besluitvorming is behaald.
3. Indien zich een verstrengeling van belangen voordoet tussen de Stichting en een of meer van haar bestuurleden, kan de Stichting slechts worden vertegenwoordigd door de andere bestuursleden ten aanzien van wie zich geen belangenverstrengeling voordoet en alleen indien en voor zover wordt voldaan aan de in deze statuten gestelde vereisten voor vertegenwoordigingsbevoegdheid.
4. Een verstrengeling van belangen zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel doet zich onder andere voor indien sprake is van het verrichten van op geld waardeerbare rechtshandelingen tussen de Stichting en i) de in lid 1 van dit artikel genoemde personen, ii) personen met bloed- of aanverwantschap of partnerschap met de in lid 1 van dit artikel genoemde personen; iii) rechtspersonen waarvan de hierboven onder i en/of ii genoemde personen bestuurslid, toezichthouder, aandeelhouder of anderszins belanghebbende zijn.
FINANCIEEL TOEZICHT
Artikel 18
1. Het boekjaar van de Stichting loopt van één juli tot en met dertig juni daaropvolgend.
2. Het bestuur van de Stichting voert een administratie van de vermogenstoestand van de Stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de Stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden en bewaart de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend.
3 Het bestuur stelt jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de Stichting vast, hierna ook te noemen: de jaarrekening. Binnen dezelfde termijn maakt het bestuur eveneens een jaarverslag op.
De jaarrekening en het jaarverslag behoeven de goedkeuring van de Raad van Toezicht. Voor de vergadering van de Raad van Toezicht waarbij de goedkeuring van de jaarrekening en het jaarverslag is geagendeerd zal het verlenen van décharge aan de leden van het bestuur eveneens onderdeel van de agenda vormen.
4. Het bestuur benoemt een registeraccountant die de jaarrekening onderzoekt. Deze registeraccountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening.
5. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren. De op de gegevensdragers aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens, de aldus overgebrachte gegevens gedurende de volledige bewaartijd van zeven jaar beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
6. Het bestuur maakt jaarlijks in een jaarverslag de door de Raad van Toezicht goedgekeurde balans en staat van baten en bestedingen, tezamen met de verklaring van de registeraccountant als bedoeld in lid 4, openbaar en stelt deze voor een ieder beschikbaar.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT EN COMMISSIES
Artikel 19
1. Het bestuur stelt ter nadere regeling van de daartoe in de statuten aangegeven onderwerpen, ter regeling van de samenwerking tussen de Raad van Toezicht en het bestuur en ter regeling van andere onderwerpen die zij daarvoor in aanmerking vindt komen, een huishoudelijk reglement vast. Dit reglement mag niet in strijd zijn met de wet of deze statuten.
2. Vaststelling of wijziging van het huishoudelijk reglement behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht.
3. Zowel het bestuur als de Raad van Toezicht kan één of meer commissies instellen.
4. De samenstelling, taken en bevoegdheden van de commissies kunnen worden geregeld bij huishoudelijk reglement.
STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING
Artikel 20
1. Een besluit tot statutenwijziging of tot ontbinding van de Stichting kan slechts worden genomen, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht, met algemene stemmen in een vergadering van het bestuur waarin alle in functie zijnde leden van het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
De vergadering dient schriftelijk bijeengeroepen te zijn op een termijn van ten minste veertien dagen, de dag van oproeping en die der vergadering niet meegerekend.
2. Indien niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn in de vergadering als bedoeld onder lid 1, of als in deze vergadering het besluit tot statutenwijziging of ontbinding niet met algemene stemmen genomen kon worden, dient een nieuwe vergadering te worden belegd ten minste veertien dagen na de vergadering als bedoeld onder lid 1.
Wijziging van de statuten of ontbinding kan in deze vergadering geschieden bij besluit van twee/derde van alle in functie zijnde leden van het bestuur, persoonlijk aanwezig of vertegenwoordigd. Ook deze vergadering dient schriftelijk bijeengeroepen te zijn op een termijn van ten minste veertien dagen, de dag van oproeping en die der vergadering niet meegerekend.
3. Een besluit als bedoeld in lid 1 kan door de Raad van Toezicht alleen worden genomen in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin alle leden van de Raad van Toezicht vertegenwoordigd zijn en waarin meer dan de helft van het aantal leden van de Raad van Toezicht in persoon aanwezig is en indien:
- de Raad van Toezicht uit zes of minder leden bestaat met niet meer dan één stem tegen;
- de Raad van Toezicht uit zeven of meer leden bestaat met niet meer dan twee stemmen tegen.
4. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Iedere bestuurslid afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te verlijden.
VEREFFENING
Artikel 21
1. Ingeval van ontbinding van de Stichting geschiedt de vereffening door het bestuur, tenzij bij besluit tot ontbinding de vereffening aan één of meer anderen wordt opgedragen.
2. De boeken en bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting moeten na afloop van de vereffening gedurende zeven jaar worden bewaard door degene(n) die door het bestuur bij het besluit tot ontbinding als bewaarder(s) wordt/worden aangewezen.
3. Aan een eventueel batig saldo van de vereffening zal door het bestuur bij het besluit tot ontbinding een zodanig bestemming worden gegeven als het meest met de doelstelling van de Stichting overeenkomt, dan wel zal door het bestuur worden overgedragen aan een andere door de Inspecteur Registratie en Successie als algemeen nut beogend erkende instelling. In geval van een juridische fusie of splitsing van de Stichting mag het vermogen dat de Stichting bij de fusie of splitsing heeft alsmede de vruchten daarvan, slechts met toestemming van de rechter anders worden besteed dan voor de fusie of splitsing was voorgeschreven.
4. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
SLOTBEPALING
Artikel 22
In de gevallen waarin de statuten of het huishoudelijk reglement van de Stichting niet voorzien, beslist het bestuur, onder gelijktijdige kennisgeving aan de Raad van Toezicht.
Artikel 1
1. De stichting draagt de naam:
STICHTING HET WERELD NATUUR FONDS-NEDERLAND.
2. Zij is gevestigd te Zeist.
VERHOUDING TOT WWF-WORLD WIDE FUND FOR NATURE
Artikel 2
1. De Stichting maakt, als nationale organisatie voor het Koninkrijk der Nederlanden, deel uit van een internationaal netwerk ("WWF Network") dat mede wordt gevormd door overeenkomstige nationale organisaties van andere landen en het WWF-World Wide Fund for Nature, gevestigd te Gland (Zwitserland) (hierna te noemen: "WWF International").
2. De Stichting is met WWF International een overeenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan ter vaststelling van de wederzijdse rechten en verplichtingen. Onderdeel van die overeenkomst is de regeling van de verplichting van WWF International tot het periodiek opstellen van een bestedingsplan, als voorwaarde voor het door de Stichting overdragen van middelen aan WWF International, en tot het afleggen van verantwoording over de besteding van die middelen.
3. Periodiek, maar ten minste één keer in de vijf jaar, wordt nagegaan of er reden is om de in het tweede lid bedoelde overeenkomst te herzien.
DOEL
Artikel 3
1. De Stichting stelt zich ten doel het bevorderen van natuurbehoud en natuurontwikkeling.
2. De Stichting tracht haar doel te bereiken door het bijeenbrengen van gelden en door het verrichten van alle overige handelingen die voor haar doelstelling dienstig zijn, waaronder voorlichting en educatie.
3. De Stichting heeft geen winstoogmerk.
SAMENSTELLING MIDDELEN
Artikel 4
1. De middelen van de Stichting bestaan uit:
a. het Stichtingskapitaal;
b. donaties;
c. giften, erfstellingen en legaten;
d. inkomsten uit loterijen;
e. inkomsten uit sponsoring en het verlenen van licenties;
f. inkomsten uit artikelenverkoop;
g. inkomsten uit beleggingen;
h. subsidies;
i. alle andere wettige middelen.
2. Nalatenschappen moeten aanvaard worden onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
BELEIDSPLAN, FINANCIËLE PLANNEN
Artikel 5
1. Het bestuur stelt periodiek, maar ten minste één keer in de drie jaar, een meerjarenbeleidplan en een meerjaren financieel kader vast inzake de wijze waarop zij zich voorneemt het doel van de Stichting te realiseren.
2. Het bestuur stelt jaarlijks, met inachtneming van het meerjarenbeleidplan en meerjaren financieel kader, uiterlijk een maand voor het einde van het betreffende boekjaar, de begroting voor het komende boekjaar vast en het daarmee verbonden uitvoeringsplan en de voor dat plan beschikbaar te stellen middelen.
Zij bepaalt in dat kader de middelen die de Stichting zal aanwenden voor doelen in het buitenland en Nederland, de middelen ten behoeve van het functioneren van de Stichting, met inbegrip van de exploitatie van haar bureau, en de reserves en de voorzieningen.
FONDSEN
Artikel 6
Het bestuur kan fondsen vormen ter financiering van projecten met een looptijd die langer is dan één jaar.
PUBLICATIE VERANTWOORDING MIDDELEN
Artikel 7
Onverminderd het bepaalde in artikel 18 van deze statuten, legt het bestuur openbare verantwoording af over de besteding van de middelen van de Stichting ten minste op de wijze als aangegeven in het huishoudelijk reglement.
BESCHERMHEER, BESCHERMVROUWE
Artikel 8
1. De Raad van Toezicht kan een beschermheer of beschermvrouwe benoemen.
ORGANEN
Artikel 9
1. De Stichting kent twee organen: het bestuur en de Raad van Toezicht.
2. De Stichting wordt bestuurd door het bestuur, zulks onder toezicht van de Raad van Toezicht.
SAMENSTELLING, BENOEMING EN ONTSLAG BESTUUR
Artikel 10
1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal van ten minste twee statutair directeuren, bestuursleden genaamd.
2. Ieder bestuurslid heeft één stem.
3. De bestuursleden worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Raad van Toezicht. De bestuursleden treden in die hoedanigheid periodiek af. Zij zijn onmiddellijk herbenoembaar. Benoemingen en eventuele herbenoemingen geschieden voor een periode van telkens maximaal vijf jaar. Benoembaar tot bestuurslid zijn natuurlijke personen zonder bloed- of aanverwantschap of partnerschap onderling. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien.
4. De bestuursleden mogen niet zijn bestuurder, oprichter,
aandeelhouder, toezichthouder, of werknemer van een entiteit waarmee de
Stichting op structurele wijze op geld waardeerbare rechtshandelingen
verricht.
5. In afwijking van lid 4 mag ten hoogste een derde van het aantal
bestuursleden van de Stichting bestaan uit bestuurders, oprichters,
aandeelhouders, toezichthouders of werknemers van een entiteit of
daaraan statutair direct of indirect verbonden entiteit waaraan de
Stichting conform haar statutaire doelstelling de door haar ingezamelde
gelden middellijk of onmiddellijk geheel of gedeeltelijk afstaat.
Deze bestuursleden mogen de Stichting niet in en buiten rechte
vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 12.
6 Het bepaalde in lid 4 en de in lid 5 opgenomen beperking van een
derde geldt niet:
a) indien ten aanzien van de Stichting en de bedoelde entiteit sprake
is van consolidatie, zoals bedoeld in de Richtlijn Verslaggeving
Fondsenwervende Instellingen.
b) Indien het bestuurslid is benoemd tot bestuurslid of toezichthouder van
de ontvangende entiteit als bedoeld in lid 5 van dit artikel door of met
instemming van de Raad van Toezicht van de Stichting.
7. Ook indien het aantal bestuursleden beneden twee is gedaald, blijft het bestuur een bevoegd orgaan vormen.
8. Het bestuur kent een voorzitter. Het bestuur stelt bij huishoudelijk reglement, ter bepaling van onder meer de functies van de leden van het bestuur, een portefeuilleverdeling vast.
9. Een bestuurslid defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
c. door zijn aftreden;
d. door ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht;
e. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN BESTUUR
Artikel 11
1. Het bestuur is bevoegd, onder uitdrukkelijke voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt, onverminderd het bepaalde in lid 4.
2. Aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht zijn verder onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent:
a. het vaststellen van de jaarrekening en het jaarverslag;
b. het vaststellen en wijzigen van het meerjarenbeleidplan alsmede meerjaren financieel kader als bedoeld in artikel 5 lid 1;
c. het vaststellen van de begroting voor het komende boekjaar en het daarmee verbonden uitvoeringsplan en de voor dat plan beschikbaar te stellen middelen,
een en ander zoals bepaald in artikel 5 lid 2, alsmede van substantiële afwijkingen daarvan;
d. het wijzigen van bankrelaties en vermogensbeheerder relaties van de Stichting en het ter leen verstrekken van gelden, waaronder niet is begrepen het doen van opnamen ten laste van een aan de Stichting verleend krediet dat door de Raad van Toezicht is goedgekeurd;
e. aanmerkelijke uitgaven of investeringen die niet of niet volledig in de begroting zijn opgenomen en een jaarlijks door de Raad van Toezicht te bepalen,
bedrag te boven gaan, dan wel een door de Raad van Toezicht te bepalen
onderwerp betreffen;
f. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de Stichting een bankkrediet
wordt verleend en het, anders dan ter gebruikmaking van een met
goedkeuring van de Raad van Toezicht verkregen bankkrediet, ter leen
opnemen van gelden, één en ander indien het bedrag van het krediet of van de lening de door de Raad van Toezicht jaarlijks vast te stellen limiet overschrijdt;
g. het toekennen, wijzigen of intrekken van een procuratie;
h. beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal
werknemers van de Stichting, tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
i. het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking, indien die van strategisch grote betekenis is voor de Stichting of het aangaan of vervreemden van een deelneming van een aanzienlijke omvang en/of strategisch grote betekenis voor de Stichting;
j. het aangaan van een juridische fusie of splitsing;
k. aanvraag van faillissement van de Stichting of surséance van betaling voor de Stichting;
l. wijziging van de statuten;
m. ontbinding van de Stichting en bestemming van het liquidatiesaldo;
n. het vaststellen of wijzigen van het huishoudelijk reglement;
o. het benoemen en het ontslaan van de accountant van de Stichting.
3. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan die in lid 1 en lid 2 zijn genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en vooraf schriftelijk aan het bestuur te zijn medegedeeld.
4. In uitzondering op het bepaalde in lid 1 en lid 2 is het bestuur bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot vervreemding van registergoederen welke door de Stichting zijn verkregen krachtens erfrecht of legaat.
5. Het ontbreken van de goedkeuring van de Raad van Toezicht op besluiten als bedoeld in lid 1 tot en met 3 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur niet aan.
VERTEGENWOORDIGING
Artikel 12
1. De Stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuursleden. Indien het bestuur bestaat uit twee bestuursleden en ten aanzien van een van die bestuursleden sprake is van een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 17 van deze statuten, kan het andere bestuurslid de Stichting zelfstandig vertegenwoordigen.
Het bestuur is tevens bevoegd bij schriftelijke volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid te verlenen en in te trekken.
Deze volmacht kan zowel aan één persoon als aan twee gezamenlijk handelende personen worden verleend.
2. Het bestuur stelt een bevoegdhedenregeling vast, waarin is vastgelegd welke algemene of bijzondere vertegenwoordigingsbevoegdheid is verleend aan met functie aangeduide medewerkers van de Stichting. De bevoegdhedenregeling is een onderdeel van het huishoudelijk reglement.
3. Bij belet of ontstentenis van alle leden van het bestuur wordt het bestuur waargenomen door de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht is bevoegd een of meer personen, al dan niet uit zijn midden, daartoe aan te wijzen.
BESTUURSVERGADERINGEN
Artikel 13
1. Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit wenselijk acht of een ander lid daartoe het verzoek doet.
2. Een bestuurslid kan zich bij schriftelijke volmacht in een bestuursvergadering door een medebestuurslid doen vertegenwoordigen, indien het bestuur uit ten minste drie bestuursleden bestaat. Een bestuurslid kan ten hoogste voor een andere bestuurder als gevolmachtigde optreden.
3. Het bestuur kan, volgens een bij huishoudelijk reglement te bepalen procedure, met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt een relaas opgemaakt, dat door de voorzitter wordt ondertekend en als notulen wordt bewaard.
4. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
SAMENSTELLING, BENOEMING EN BEËINDIGING LIDMAATSCHAP RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 14
1. De Raad van Toezicht bestaat uit ten minste vijf natuurlijke personen.
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd en ontslagen door de Raad van Toezicht. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien.
Het bestuur wordt ten aanzien van een voorgenomen benoeming gehoord.
2. Bij de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht wordt rekening gehouden met de in relatie tot de doelstelling van de Stichting gewenste spreiding van kennis, ervaring en achtergrond.
3. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een termijn van maximaal vijf jaren. Zij kunnen na verloop van deze termijn eenmaal voor een termijn van maximaal 5 jaar worden herbenoemd.
4. Binnen de Raad van Toezicht en tussen de leden van de Raad van Toezicht en de bestuursleden mag geen sprake zijn van bloed- of aanverwantschap of partnerschap.
5. De leden van de Raad van Toezicht mogen niet zijn bestuurslid of werknemer van de Stichting. De leden van de Raad van Toezicht mogen voorts niet zijn bestuurder, oprichter, aandeelhouder, toezichthouder, of werknemer van een entiteit waarmee de Stichting op structurele wijze op geld waardeerbare rechtshandelingen verricht. Met een entiteit zoals bedoeld in dit lid wordt gelijkgesteld een rechtspersoon of entiteit die statutair – direct of indirect – met de Stichting is verbonden.
6. In afwijking van lid 5 mag ten hoogste een derde van het aantal leden van de Raad van Toezicht bestaan uit bestuurders, oprichters, aandeelhouders, toezichthouders of werknemers van een entiteit of daaraan statutair direct of indirect verbonden entiteit waaraan de Stichting conform haar statutaire doelstelling de door haar ingezamelde gelden middellijk of onmiddellijk afstaat.
7. Het bepaalde in lid 5 en de in lid 6 opgenomen beperking van een derde geldt niet indien ten aanzien van de Stichting en de bedoelde entiteit sprake is van consolidatie zoals bedoeld in de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen.
8. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter.
9. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen geen bezoldiging, middellijk noch onmiddellijk.
10. Een redelijke vergoeding voor de door Leden van de Raad ten behoeve van de Stichting gemaakte kosten en door hen verrichte uitvoerende werkzaamheden (niet in hoedanigheid als toezichthouder) wordt toegestaan alsmede niet bovenmatige vacatiegelden. Deze vergoedingen worden in de jaarrekening zichtbaar gemaakt en nader toegelicht.
11 De Raad van Toezicht stelt een rooster van aftreden op, dat zodanig is ingericht dat jaarlijks niet meer dan één/derde van de leden aftreedt.
12 Een lid dat ter voorziening in een tussentijdse vacature is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop zijn voorganger had moeten aftreden.
13 Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt:
a. door overlijden;
b. door schriftelijk bedanken van het lid;
c. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
d. door zijn ontslag hem unaniem verleend door de overige leden van de Raad van Toezicht, indien naar hun oordeel het betrokken lid van de Raad van Toezicht heeft gehandeld in strijd met de belangen van de Stichting;
e. bij het aftreden volgens lid 3 zonder herbenoeming.
14 Een besluit als bedoeld in lid 13 sub d kan door de Raad van Toezicht alleen worden genomen in het geval:
- de Raad van Toezicht uit zes of minder leden bestaat met unanimiteit van stemmen met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is;
- de Raad van Toezicht uit zeven of meer leden bestaat met niet meer dan twee stemmen tegen met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is,
in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin alle leden van de Raad van Toezicht, met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is, aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
15 Het lid, waarvan het lidmaatschap van de Raad van Toezicht een einde heeft genomen, kan op verzoek van de Raad van Toezicht, voor maximaal een jaar in functie blijven tot in zijn opvolging is voorzien.
16 Ook indien het aantal leden van de Raad van Toezicht beneden vijf is gedaald, blijft de Raad van Toezicht een bevoegd orgaan vormen.
TAKEN RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 15
1. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde heeft de Raad van Toezicht tot taak:
a. toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting, en de daarmee verbonden organisatie;
b. het verstrekken van adviezen aan het bestuur.
2. Het bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie en voorts aan ieder lid van de Raad van Toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen.
3. Alle secretariële werkzaamheden ten behoeve van de Raad van Toezicht worden door of namens het bestuur verzorgd.
4. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een lid dat in het bijzonder belast is met het toezicht op de financiën van de Stichting.
VERGADERINGEN RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 16
1. De Raad van Toezicht vergadert ten minste vier maal per jaar.
2. Voorts wordt een vergadering gehouden wanneer de voorzitter dit nodig acht of twee andere leden van de Raad van Toezicht dan wel het bestuur daartoe het verzoek doen.
3. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, de vice-voorzitter.
4. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
5. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich bij schriftelijke volmacht in een vergadering van de Raad van Toezicht door een ander lid van de Raad van Toezicht doen vertegenwoordigen. Een lid van de Raad van Toezicht kan ten hoogste één volmacht waarnemen. Voor het nemen van besluiten is vereist dat meer dan de helft van het aantal leden van de Raad van Toezicht in persoon ter vergadering aanwezig is. Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft één stem.
6. De Raad van Toezicht kan, volgens een bij huishoudelijk reglement te bepalen procedure, met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt een relaas opgemaakt, dat door de voorzitter wordt ondertekend en als notulen wordt bewaard.
7. De leden van het bestuur nemen deel aan de vergadering van de Raad van Toezicht, tenzij de Raad van Toezicht anders besluit. Aan de leden van het bestuur komt geen stemrecht toe.
BELANGENVERSTRENGELING BESTUUR EN RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 17
1. Het bestuur en de Raad van Toezicht waken tegen een verstrengeling van belangen tussen de Stichting en bestuursleden en/of haar medewerkers en/of leden van de Raad van Toezicht.
2. Iedere bestuurslid en ieder lid van de Raad van Toezicht legt jaarlijks, binnen de termijn als bedoeld in artikel 18 lid 3, een schriftelijke verklaring aan de Raad van Toezicht over waarin hij laat weten of al dan niet sprake is van een verstrengeling van belangen tussen hem of haar en de Stichting.
In het geval dat zich een verstrengeling van belangen voordoet ten aanzien van een bestuurslid of een lid van de Raad van Toezicht, dient het desbetreffende lid dit te melden aan het bestuur of de Raad van Toezicht waarin hij of zij zitting heeft. Het desbetreffende lid dient zich voorts van de beraadslaging en besluitvorming ter zake te onthouden. De aanwezigheid van het desbetreffende lid telt niet mee ter bepaling of het vereiste quorum voor besluitvorming is behaald.
3. Indien zich een verstrengeling van belangen voordoet tussen de Stichting en een of meer van haar bestuurleden, kan de Stichting slechts worden vertegenwoordigd door de andere bestuursleden ten aanzien van wie zich geen belangenverstrengeling voordoet en alleen indien en voor zover wordt voldaan aan de in deze statuten gestelde vereisten voor vertegenwoordigingsbevoegdheid.
4. Een verstrengeling van belangen zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel doet zich onder andere voor indien sprake is van het verrichten van op geld waardeerbare rechtshandelingen tussen de Stichting en i) de in lid 1 van dit artikel genoemde personen, ii) personen met bloed- of aanverwantschap of partnerschap met de in lid 1 van dit artikel genoemde personen; iii) rechtspersonen waarvan de hierboven onder i en/of ii genoemde personen bestuurslid, toezichthouder, aandeelhouder of anderszins belanghebbende zijn.
FINANCIEEL TOEZICHT
Artikel 18
1. Het boekjaar van de Stichting loopt van één juli tot en met dertig juni daaropvolgend.
2. Het bestuur van de Stichting voert een administratie van de vermogenstoestand van de Stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de Stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden en bewaart de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend.
3 Het bestuur stelt jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de Stichting vast, hierna ook te noemen: de jaarrekening. Binnen dezelfde termijn maakt het bestuur eveneens een jaarverslag op.
De jaarrekening en het jaarverslag behoeven de goedkeuring van de Raad van Toezicht. Voor de vergadering van de Raad van Toezicht waarbij de goedkeuring van de jaarrekening en het jaarverslag is geagendeerd zal het verlenen van décharge aan de leden van het bestuur eveneens onderdeel van de agenda vormen.
4. Het bestuur benoemt een registeraccountant die de jaarrekening onderzoekt. Deze registeraccountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening.
5. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren. De op de gegevensdragers aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens, de aldus overgebrachte gegevens gedurende de volledige bewaartijd van zeven jaar beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
6. Het bestuur maakt jaarlijks in een jaarverslag de door de Raad van Toezicht goedgekeurde balans en staat van baten en bestedingen, tezamen met de verklaring van de registeraccountant als bedoeld in lid 4, openbaar en stelt deze voor een ieder beschikbaar.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT EN COMMISSIES
Artikel 19
1. Het bestuur stelt ter nadere regeling van de daartoe in de statuten aangegeven onderwerpen, ter regeling van de samenwerking tussen de Raad van Toezicht en het bestuur en ter regeling van andere onderwerpen die zij daarvoor in aanmerking vindt komen, een huishoudelijk reglement vast. Dit reglement mag niet in strijd zijn met de wet of deze statuten.
2. Vaststelling of wijziging van het huishoudelijk reglement behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht.
3. Zowel het bestuur als de Raad van Toezicht kan één of meer commissies instellen.
4. De samenstelling, taken en bevoegdheden van de commissies kunnen worden geregeld bij huishoudelijk reglement.
STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING
Artikel 20
1. Een besluit tot statutenwijziging of tot ontbinding van de Stichting kan slechts worden genomen, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht, met algemene stemmen in een vergadering van het bestuur waarin alle in functie zijnde leden van het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
De vergadering dient schriftelijk bijeengeroepen te zijn op een termijn van ten minste veertien dagen, de dag van oproeping en die der vergadering niet meegerekend.
2. Indien niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn in de vergadering als bedoeld onder lid 1, of als in deze vergadering het besluit tot statutenwijziging of ontbinding niet met algemene stemmen genomen kon worden, dient een nieuwe vergadering te worden belegd ten minste veertien dagen na de vergadering als bedoeld onder lid 1.
Wijziging van de statuten of ontbinding kan in deze vergadering geschieden bij besluit van twee/derde van alle in functie zijnde leden van het bestuur, persoonlijk aanwezig of vertegenwoordigd. Ook deze vergadering dient schriftelijk bijeengeroepen te zijn op een termijn van ten minste veertien dagen, de dag van oproeping en die der vergadering niet meegerekend.
3. Een besluit als bedoeld in lid 1 kan door de Raad van Toezicht alleen worden genomen in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin alle leden van de Raad van Toezicht vertegenwoordigd zijn en waarin meer dan de helft van het aantal leden van de Raad van Toezicht in persoon aanwezig is en indien:
- de Raad van Toezicht uit zes of minder leden bestaat met niet meer dan één stem tegen;
- de Raad van Toezicht uit zeven of meer leden bestaat met niet meer dan twee stemmen tegen.
4. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Iedere bestuurslid afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te verlijden.
VEREFFENING
Artikel 21
1. Ingeval van ontbinding van de Stichting geschiedt de vereffening door het bestuur, tenzij bij besluit tot ontbinding de vereffening aan één of meer anderen wordt opgedragen.
2. De boeken en bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting moeten na afloop van de vereffening gedurende zeven jaar worden bewaard door degene(n) die door het bestuur bij het besluit tot ontbinding als bewaarder(s) wordt/worden aangewezen.
3. Aan een eventueel batig saldo van de vereffening zal door het bestuur bij het besluit tot ontbinding een zodanig bestemming worden gegeven als het meest met de doelstelling van de Stichting overeenkomt, dan wel zal door het bestuur worden overgedragen aan een andere door de Inspecteur Registratie en Successie als algemeen nut beogend erkende instelling. In geval van een juridische fusie of splitsing van de Stichting mag het vermogen dat de Stichting bij de fusie of splitsing heeft alsmede de vruchten daarvan, slechts met toestemming van de rechter anders worden besteed dan voor de fusie of splitsing was voorgeschreven.
4. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
SLOTBEPALING
Artikel 22
In de gevallen waarin de statuten of het huishoudelijk reglement van de Stichting niet voorzien, beslist het bestuur, onder gelijktijdige kennisgeving aan de Raad van Toezicht.



