Dossier Jacht voor consumptie
Leonard usongo vertelt
Ik ben opgegroeid in een dorp in NW-Kameroen. Het dorpsleven, en vooral de vakanties bij mijn grootouders hebben mij gevormd tot wat ik nu ben. Mijn grootvader had een kudde schapen en ik trok met hem wekenlang de heuvels in. Ik rende achter de dieren aan in de hitte en was gefascineerd door de omgeving. Toen ik later koos voor de natuurbescherming vonden mijn ouders dat maar niks. Dat was geen baan met status; zij wilden dat ik medicijnen ging studeren. Maar ik heb volgehouden. Ik hoef geen witte-boorden-beroep.
Bekijk de film waarin Leonard vertelt over zijn werk in Kameroen.
Strikken en stropers
Jacht is het probleem niet, de intensiteit van de jacht is een probleem. Uit onderzoek weten we dat de impact van stopers groot is, vooral op blauwe duikers (een zeldzame hertensoort). Een gemiddelde stroper legt zo’n 80 strikken per dag en kan dan ongeveer 20-30 duikers vangen. Maar vaak leggen ze meer strikken dan ze kunnen controleren waardoor er veel dieren sterven die nooit worden gevonden. In het regenwoud vergaat alles immers snel. Als ze maar niet zoveel strikken zouden zetten zou het nog wel goed kunnen gaan. De impact van de Baka-pygmeeën is veel kleiner, die vangen maar een dier per dag en hebben het vlees nodig om van te leven. Jacht op bedreigde soorten zoals olifanten en gorilla’s is voor iedereen verboden, ook voor de baka.
98% Van de stropers is niet-inheems en komt niet uit de omgeving. Het zijn vaak voormalige werknemers van houtkapmaatschappijen. Daarin zie je het dubbel negatieve effect van de houtkap: deze mannen hebben het geld om strikken te kopen en hebben de contacten om vervoer te regelen. De Baka zien de indringers ook als een probleem en daarom steunen ze ons bij pogingen om de stropers te bestrijden.
In het Jengigebied leven 25.000 mensen waarvan 10.000 Baka-pygmeeën en de rest Bantoe. De Baka jagen, vissen en verzamelen honing en wilde vruchten zoals mango’s en yam. Ze weten veel van het bos af en leven een paar maanden per jaar nomadisch. De Baka eten wel groenten, maar een vegetarisch leven zouden ze niks vinden. Vlees houdt je in conditie, vinden ze, en je moet regelmatig je tanden scherpen. De Baka worden wel als informant en gids door de stropers ingeschakeld. Ze zijn al voor een pakje sigaretten in te huren. Maar toch maken ze de switch niet om zelf te gaan stropen, want werken voor de stropers vinden ze eigenlijk slavernij. Baka hebben een sterk zelfvertrouwen, sterke tradities en een band met het bos.
Jengi betekent letterlijk 'bosgeest'. Jengi is de bosgeest van Kameroen. Ons doel is om die bosgeest te behouden. Hoe kunnen we die bosgeest voor de mensen beschermen? Het is een cultureel fenomeen in het zuidoosten en er wordt een feest omheen gevierd waarop de dapperste jagers worden geëerd. Op dat feest werd vroeger een olifant geofferd want de olifant is belangrijk voor de bosgeest.




